dinsdag 10 januari 2012

Ei

Het valt op dat media steeds meer en steeds scherper berichten over een zogenoemd nieuw ‘conflict’ tussen de babyboomgeneratie en de mondiger wordende ‘millennials’, ook wel Generatie Y genoemd. Humo covert vandaag zelfs met dit thema: ‘Naar een nieuwe generatieclash. Jongeren over werk, pensioen en protest: ‘Mijn ouders weten niet beter’’. Door een onbegrijpelijk toeval werd ik één van de vier geïnterviewden. Maar als journalist in wording, zit ik  met een ei.

Het is goéd en zelfs hoogdringend nodig dat er ruimte wordt gecreëerd om een degelijk en grondig debat te voeren over deze thema’s en over de spanningen die hierbij ontstaan. Toch geven een aantal elementen uit het interview mij een ongemakkelijk gevoel. Humo geeft mij met dit interview de indruk het priemende ‘generatieconflict’ gretiger op te blazen dan mij lief is, door een aantal zaken veel scherper voor te stellen dan bedoeld. En dat voelt niet goed.

Eerst en vooral. In het stuk worden alleen jongeren aan het woord gelaten, er volgt geen wederwoord van die babyboomers. Ik zit nu dus echt te wachten op de eerste verfoeiende reactie van misnoegde vijftigplussers, en zal dat, puur afgaand op wat er in Humo staat, zelfs niet eens onterecht vinden. ‘Bruggepensioneerden maken de ene reis na de andere, en wie betaalt dat?’ staat ergens. Einde quote,  oordeel geveld. Maar , wij reizen óók veel, zelfs veel méér en veel vérder dan de babyboomers vroeger zelf ooit hebben gekund. Wij weten dat we nooit zouden kunnen reizen – of lang studeren en laptops kopen – zonder de centjes van mama en papa. Dat besef is even belangrijk als ons ongenoegen over de gaten en gebreken in het vorige systeem. Ik, zelf jongere, mis dus een wederwoord in dit stuk.

En nog. In het interview zeggen wij millennials dat de babyboomgeneratie niet op verworven rechten moet blijven staren. Dat is een gevaarlijke uitspraak, want wij zijn alleen kunnen worden wie we zijn, dankzij het vele harde werk van onze ouders. En we zijn hen daarvoor dankbaar. Daarom is het zo belangrijk dat onze mening volledig wordt uitgelegd, voor er misverstanden ontstaan. Wij zeggen niet dat de babyboomers verwend zijn, daarvoor hebben ze te hard moeten werken. Maar als ze het land platleggen, gedragen ze zich verwend en dat is naar mijn gevoel in de huidige context flauw. Ik hoop écht dat dat duidelijk is.

De kern van de zaak? We kúnnen ons systeem rechttrekken, door met zijn allen langer te werken en de juiste 'vijanden' aan te pakken. Elke jongere wéét en begrijpt dat wie erg lang heeft gewerkt, uitkijkt naar zijn pensioen. Toen het vorige pensioenstelsel werd ingevoerd, zag het er inderdaad naar uit dat wie de 60 naderde, zijn pensioenzetel mocht beginnen uitklappen. 

Maar kijk, de wereld is veranderd. De pleister die een gapende stinkende wonde van staatsschuld en vergrijzing bedekte, is open, en we moeten een nieuwe remedie zoeken en de nodige centen uit de juiste zakken vissen. Zelf langer werken, maar tegelijkertijd eisen dat  sterke schouders meer bijdragen. Op onszelf terugplooien en jammeren om wat ooit mogelijk leek, haalt dus niéts uit. Verandering biedt kansen, en die moeten we vol vertrouwen aangrijpen.

Daarom maak ik mij zorgen om media die het conflict aanscherpen. Vaak worden nuances weggelaten om een debat op gang te trekken. Humo wilde allicht bewust farse en franke klokken laten luiden, om een debat te openen dat nog lang blijft nazinderen. Dat is zeker geen slechte zaak, want het is de taak van journalisten om pijnpunten aan te duiden, maatschappelijke vragen te stellen, en debatten te openen.

Het is dus héél goed dat er gepraat en gedebatteerd wordt. Maar dat debat mag niet selectief zijn. Op naar een gesprek tussen millenials  en babyboomers? Geen opinie hier, een opinie daar? Maar een gesprek van woord en wederwoord?  

Als journalist in wording, heb ik hier alleszins… véél uit geleerd. 

vrijdag 30 december 2011

'Alleen vrouwen kunnen de Kerk nog redden'

SABINE SCHOWANEK IS 'MEVROUW PASTOOR'


HOREBEKE - Duizenden gelovigen eisen vandaag dat hun Kerk hervormt. Ze worden verketterd door strenge ultrakatholieken. En steeds meer mensen doen een beroep op buitenkerkelijke initiatieven om zin te geven aan een belangrijk moment in hun leven. Wordt 2012 het jaar van een nieuw schisma in de Kerk? Sabine Schowanek, voorgangster bij het succesvolle Rent-a-Priest, maakt zich daar weinig zorgen over: ‘Ik ben vooral ongerust omdat steeds minder mensen nog in iets geloven.’

‘Help, de boot zinkt.’ Met die dramatische kreet deed Rent-a-Priest, de buitenkerkelijke organisatie van de Brugse ex-priester Norbert Bethune en de homoseksuele ex-priester Rudy Borremans, onlangs een oproep naar nieuwe medewerkers. De tien huidige voorgangers van Rent-a-Priest verzorgen rituelen - vooral doopvieringen, communie-feesten en vormsels - voor mensen die niet meer bij de Kerk terecht kunnen of willen. En het succes is groot. Sinds de misbruikschandalen in de Kerk losbarstten en de forse uitlatingen van aartsbisschop Léonard menig christen beroerden, heeft Rent-a-Priest haar aanvragen zien verdubbelen.

De 48-jarige Sabine Showanek is één van de voorgangers bij Rent-a-Priest. Een vroúw? Een getrouwde vrouw zelfs, én moeder van twee tieners. Hoe zouden preken, God en Jezus klinken uit de mond van een vrouwelijke ‘priester’? Wij gingen met haar praten, bij haar thuis in Horebeke, in het hart van de Vlaamse Ardennen.

Hoe verklaart u het succes van Rent-a-Priest?

‘Veel mensen voelen de nood om de belangrijke momenten in het leven te vieren, maar vinden bij de Kerk niet meer de invulling die ze daarvan verwachten. De Kerk focust nog steeds véél te veel op Jezus en Maria. Wij willen die mensen een alternatief bieden. En dat doen al onze voorgangers op hun eigen manier.’

Welke mensen komen dan naar jullie?

‘Dat varieert sterk. De meeste mensen die bij mij komen, geloven in iéts, maar gaan niet naar de Kerk en weigeren Jezus en Maria bij dat ‘geloof’ te betrekken. Maar ook vrijzinnigen wenden zich tot Rent-a-Priest. Iedereen die bij ons komt, heeft iets gemeen: zin willen geven aan een belangrijk moment in het leven, zoals hun huwelijk, de geboorte van een kind, of een afscheid.’

ENGELENGEBEDEN

Hoe onderscheiden de vieringen van Rent-a-Priest zich van de ‘gewone’ kerkvieringen?

‘Bij Rent-a-Priest werken wij eigenlijk allemaal op onze eigen manier. Een aantal voorgangers, zoals Norbert Bethune of Rudy Borremans werken heel traditioneel, net zoals in de Kerk. Maar ik probeer altijd iets interactiefs en creatiefs in mijn vieringen te stoppen. Want ik merk dat mensen op zoek zijn naar een plek waar ze hun ‘geloof‘ minder traditioneel kunnen beleven. Ze willen dingen doén.’

Dingen doén?

Bij dopen, en ook bij huwelijken, probeer ik altijd iets te doen met wensen. Dan vraag ik aan iedereen om een korte wens mee te brengen voor het kind of voor het koppel. Bij een doop kan dat een eigenschap zijn dat het kind goed zal kunnen gebruiken in zijn leven: humor, sociale vaardigheden…  Bij een huwelijk geef ik alle aanwezigen een steentje, dat iedereen symbolisch opwarmt met een wens en dan rond de huwelijkskaars legt. Het bruidspaar mag dan al die met wensen opgeladen steentjes meenemen naar huis.’

Sabine Schowanek bij haar eigen heilige
drie-eenheid: vader God, moeder God, 
en het Kind, hun creatie. © Annelies Roose
Preekt u ook?

‘Neen. Ik werk met gebeden en stiltemomenten. Een stilte kan heel confronterend zijn, omdat mensen stiltes niet meer gewoon zijn. Maar op het moment dat mensen eindelijk de ogen sluiten en zich naar binnen keren, probeer ik als een soort meditatie een gebed aan te reiken.’

Zijn dat dan gebeden die zich onderscheiden van de weesgegroetjes en de onzevaders van de Kerk?

‘Ja. Engelengebeden bijvoorbeeld, zijn heel populair. In zo’n engelengebed richten mensen zich naar hun beschermengel, die hen moet beschermen tijdens de rest van hun levensweg. Zeker bij geboorten en bij een huwelijk voelen mensen heel sterk de aanwezigheid van een beschermengel.’

MEVROUW PASTOOR

Maar bent u dan nog een priester? U spreekt hier over engelengebeden, en u werkt voor mensen die Jezus en Maria niet erkennen?

(lacht eerst heel luid maar wordt vlug opnieuw serieus) ‘Ik probeer vorm te geven aan de mooie momenten van het leven, maar uiteraard ben ik geen priester van opleiding. Ik heb ooit reclame & marketing gestudeerd, maar heb erna heel veel vooral spirituele opleidingen gevolgd, en een aantal inwijdingen ondergaan.’

‘Maar het christelijke neemt wel een belangrijke plaats in, hoor. Voor mij is het christendom een basis. Als mensen de communie vragen, dan geef ik die. En ik moet ook verplicht ‘in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’ dopen. Dat is nodig om het attest te mogen geven waarmee ze dan de communie kunnen doen.’

Hoe zou u uzelf dan noemen? Tóch mevrouw pastoor?

(lacht) ‘Het is heel moeilijk om daar een term op te plakken. Ze noemen mij 'voorganger', maar ik zou mezelf eerder 'rituelenbegeleidster' noemen, of 'ceremonieel vormgeefster'. 'Priesteres' vind ik persoonlijk het mooiste, omdat de priesteressen van oudsher mensen niet alleen naar het goddelijke begeleidden, maar er ook naar streefden mensen te leren hoe ze zich goed kunnen voelen in hun vel. Élke mens kampt met dezelfde grote vragen: 'Wat komen we hier doen? Waarom zijn wij hier? Kan ik het doel waarvoor ik ben gekomen waarmaken?' Ik wil de mensen helpen om daar een antwoord op te vinden.’

Hoe kan je dat doen?

‘Héél simpel. Door mensen te leren hun hart te volgen. Alles waar iemand enthousiast en blij van wordt, is een richtingaanwijzer. Die moeten mensen volgen. Op elk moment.’

Via de sacramenten wil de Kerk van mensen goede christenen maken. Wat is uw doel? Wilt u van mensen goede chrístenen maken?

 ‘Ik wil mensen op hun eigen manier naar het goddelijke begeleiden, en hen helpen om hun levensdoel te vinden. Vroeger moest iedereen Latijn-Grieks volgen, iedereen moest daarin passen. Ook bij een sollicitatie in een bedrijf moest je bij het profiel van een bepaalde job passen. Maar vandaag zie je een ommekeer, zowel in het bedrijfsleven als in de scholen. Er wordt éérst gekeken wat het hart van de werknemer wil. Wat zijn zijn talenten? Wat kan hij goed? Waar wordt hij enthousiast van? En dat probeer ik ook te doen met het geloof van mensen. Ik wil dat wat mensen vanbinnen voelen aanwakkeren en tot leven laten komen. Mensen wíllen geloven, maar ze willen daar ook vrijheid in.’

Wat vindt Norbert De Bethune, de founding father van Rent-a-Priest van uw manier van werken? Ik kan mij voorstellen dat hij daar een andere kijk op heeft?

‘Ik ben inderdaad één van de meest 'vernieuwende' priesters van Rent-a-Priest, de anderen gaan veel traditioneler te werk. Maar daar is niets mis mee: ik denk dat we elkaar heel erg mooi aanvullen. Sommige mensen die bij Rent-a-Priest komen, willen ook echt nog dicht bij het kerkelijke blijven. Maar negentig procent van de mensen gaat niét meer naar de Kerk en wil niet dat ik in de viering over Jezus praat. Ik wijk dus inderdaad af van het traditionele christendom. Maar daar kiés ik niet voor. De mensen vrágen dat.


‘Weet je, voor mij speelt het geen énkele rol welke naam je aan een geloof geeft, en óf je er zelfs een naam aan geeft. Wat telt, is het geloof een plaats te geven in je leven. Ik kan dus heel gemakkelijk een huwelijk doen tussen een islamitische jongen en een Belgisch meisje, of tussen iemand uit Afrika en een Belg. En ik doe ook regelmatig holebi-huwelijken en de doop van hun kinderen. Voor die mensen is het zó fijn dat daar een invulling voor bestaat. Maar als mensen verlangen dat het brood gebroken wordt en wijn wordt gedronken, dan doe ik dat. Ik laat de keuze aan hen.’

Wijn drinken tijdens een viering, het kán bij Rent-a-Priest. Want de plechtigheden kun-nen overal plaatsvinden: niet alleen in een kerk, maar even goed onder een boom, op het strand, in een bos…of op café. Begin september heeft een koppel uit Zwijnaarde hun kind op café gedoopt, omdat de dorpskerk die dag al in gebruik was. De doopvont stond letterlijk tussen de sigarettenautomaat en de flipperkast, en er werd bier en cola gedronken tijdens de dienst. Het doopsel moést die dag plaatsvinden, want het feestje was gepland. En het kan straffer: vorig jaar schoof een koppel uit Zwevegem elkaar geen ring om de vinger, maar lieten ze een ring op hun vinger tatoeëren tijdens de plechtigheid.

Wordt Rent-a-Priest door veel mensen niet als middel gebruikt om een feest te organiseren? U vraagt, Rent-a-Priest draait?

Zoiets zal ik nooit toelaten. Af-scheidsvieringen kunnen voor mij wel plaatsvinden op plekken waar de overledene graag kwam. En dat kán dus wel op café, maar niét als er gedronken wordt, en niet als er muziek opstaat. Waar het voor mij om gaat, is dat je - waar dan ook - een rituele ruimte schept, om uit het dagdagelijkse te stappen en naar het eeuwige te kijken.’

Van waar komt de zin om met dit werk te beginnen?

‘Pater Luc Versteylen is mijn grote voorbeeld. In zijn boek Ik zegen je schrijft hij: ‘Hoe komt het toch dat zoveel jonge mensen wegblijven uit de vertrouwde kerkgebouwen en van het traditionele Kerkgebeuren, maar anderzijds zo talrijk naar plaatsen trekken waar buitengebouwelijk aan geaarde geloofsbeleving gedaan wordt. Als de mensen niet meer naar de Kerk komen, is het aan de Kerk om naar de mensen toe te gaan.’ Hij verwoordt hier exáct mijn eigen gevoel, en dit heeft mijn verlangen versterkt om dit werk te gaan doen.’

‘Het is onzettend jammer dat hij in opspraak is gekomen in die pedofiliezaak. Pater Versteylen heeft inderdaad grensverleggende dingen gedaan met jongeren, maar nooit grensoverschrijdende dingen.’

Pardon?

‘Dit is hoe hij het zelf formuleert. Maar kijk, pater Versteylen heeft mij geïnspireerd om dit werk te gaan doen, meer niet. Hij heeft me geleerd dat je je geloof éven goed op een andere plek kan belijden.’

‘Maar ook Jezus speelt een belangrijke rol voor mij. Jezus is voor mij een vriend, iemand met wie ik kan praten. Ik kijk enorm naar hem op: naar de wijsheid van zijn uitspraken, naar de genezingen die hij deed. En ik weet dat dat heel melig kan overkomen bij mensen die dit niet zo aanvoelen.’ (lacht)

Praten met Jezus?

‘Als ik niet goed weet wat te doen of te zeggen bij een moreel dilemma of probleem, stel ik mijzelf altijd de vraag wat Jezus zou doen. Ik stel mij dan niet de vraag of het hóórt, maar hoe Jezus het zou hebben aangepakt. Twee gescheiden mensen die met elkaar willen trouwen, wat doe je daar bijvoorbeeld mee? Van de Kerk mag het niet, maar wat zou Jezus daar écht van gevonden hebben? Wat zou hij gezegd hebben als mensen scheiden omdat ze niet gelukkig waren in hun huwelijk, en iets later opnieuw willen trouwen met iemand waar er echt van ‘liefde’ sprake is?’

GOD IS LIEFDE

Is de Kerk nog te redden?

Eerlijk? Ik denk het niet. Het is wel mooi dat de Kerk bestaat, maar dan moet ze wel blijven bestaan op een manier waar de mensen zich goed bij voelen. Ik merk dat de mensen zeker en vast niet tegen de Kerk zijn, maar wel protesteren tegen het feit dat de Kerk nooit is geëvolueerd en nooit is meegegaan met zijn tijd. Sommige ideeën zijn écht niet houdbaar. Er moét verandering komen in de Kerk, wil ze blijven bestaan.’

Hoe moet die verandering er dan uitzien?

‘De Kerk heeft de mensen met veel te veel schuldgevoelens opgezadeld. Maar eigenlijk heeft God geen vermanende vinger. God is liefde en heeft het beste met ons voor. Daarom moeten we 'de weg terug' nemen, terugkeren naar het voorkerkelijke christendom. Daar  waren nog niet zoveel regels en dogma’s, daar werd nog niet over schuld en boete gesproken. Van zodra de Kerk opnieuw dat positieve verhaal gaat vertellen, komt het goed.’

‘De Kerk heeft ontzettend veel verloren door al het vrouwelijke te bannen. Maar de vrouwelijke intuïtie en zachtheid hebben zóveel te bieden in vieringen. Voor mij is de goddelijke drie-eenheid niet 'de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest', maar wel 'de vader God, de moeder God, en het Kind, hun creatie. Sommige mensen blijven geloven in de Kerk, met de gedachte dat er overal wel rotte appels in de mand zitten. En dat is waar: wat er in de Kerk is gebeurd, is ook in scholen, internaten en crèches gebeurd. Maar net omdat er zoveel mensen aan die misbruikschandalen zijn kapotgegaan, vind ik het nodig dat vrouwen moeten worden toegelaten. Ik ben ervan overtuigd dat vrouwen het vertrouwen kunnen herstellen.’

U zou dus zélf een van de vrouwelijke priesters willen worden mocht dit ooit mogelijk worden?

‘Neen. (lacht) Want ik zou dan veel te veel in een keurslijf komen te zitten, en veel te veel aan regeltjes worden gebonden waar ik niet achter sta. Ik ben tevreden met de gedachte vieringen te maken waar mensen zich goed bij voelen. Maar vrouwen die dat willen doen, zou ik absoluut aanmoedigen.’

‘Maar weet je, eigenlijk ben niet bezorgd om de Kérk. Ik maak mij zorgen omdat steeds minder mensen geloven. Daarom wil ik de mensen helpen om de weg naar het goddelijke en het geloof terug te vinden. En zoals ik al zei, doet het er voor mij niet toe waar ze dat geloof vinden en hoe ze het belijden. Het kan in de Kerk, maar het kan dus even goed ergens anders.’

Wat betekent uw geloof voor u?

(denkt lang na) ‘Mijn geloof is zo’n essentieel deel van mijn leven, dat het niet meer weg te denken is. Eigenlijk zou ik het liefst van al niets anders willen doen dan met mijn geloof bezig te zijn. Dat uit zich in dagen dat ik alleen in de zetel zou willen liggen, met een dekentje en een kopje thee, om alleen mijn geloof, en niet meer de wereld te moeten voelen.’

Dat klinkt als een kluizenaar?  U hebt toch kinderen?

‘Inderdaad. Maar bij momenten voel ik mij echt klaar om in het klooster te stappen, dat verlangen wordt soms écht groot. Maar ergens weet ik dat het nooit bij mij zou passen. Want in een klooster of in een grot zitten, brengt geen zoden aan de dijk. Ik vind dat je iets moet doén met je geloof, je moet het uitdragen. Ideeën hebben is goed, maar je moet die ideeën ook werkelijkheid maken. En dat kan vanalles zijn: daklozen helpen, armen helpen, zieken helpen...   Maar daarom zal ik dus altijd blijven werken zoals ik dat nu doe.’

‘En mijn gezin? Dat helpt mij om alles in evenwicht te houden, en mij niet te veel door mijn geloof te laten meeslepen. Want je kunt niet je hele leven in het teken van het goddelijke zetten, je moet nu eenmaal aards zijn. Ook al is dat boterhammendozen klaarmaken.’